Kapitein Charles Cambpell May

Doorheen de jaren heb ik al heel wat persoonlijke verhalen gelezen die mij raakten. Eén van die verhalen is dat van Kapitein Charles May, vooral omwille van een emotionele brief die hij schreef. Hier is zijn verhaal.

Charles werd geboren in Dunedin City in Nieuw-Zeeland op 27 juli 1889. Hij was de zoon van Majoor Charles Edward en Mrs. Susan Laura May. Zij werden geboren in Greenwich en Woolwich in Kent in Groot-Brittannië. Het is niet exact geweten wanneer zij naar Nieuw-Zeeland verhuisden, maar ze verhuisden terug naar Groot-Brittannië in 1902. Charles had één zus, Matilda, en een andere broer of zus waar geen verdere info over werd gevonden, maar heel waarschijnlijk was deze broer of zus in 1911 reeds overleden.


De familie woonde in Leytonstone, Essex toen ze terugkeerden uit Nieuw-Zeeland. Zowel Charles als zijn vader werkten voor een technisch brandalarm bedrijf. Charles werkte op de bureau en zijn vader was general manager.

Charles trouwde met zijn jeugdliefde Bessie Maude Holl in Leytonstone op 17 februari 1912. Niet lang na hun huwelijk verhuisden ze naar Manchester waar Charles begon te werken als journalist voor de Manchester Evening News. Charles hield er van om te schrijven en was ook gek van gedichten. Op 20 juli 1914 kregen ze een dochtertje, Pauline May.


Charles begon ook een carrière in het leger. Tegen 1911 was hij lid van de King Edward's Horse, een cavalerie-eenheid die bemand werd door burgers van de Britse koloniën die in Londen woonden. Hier wordt het een beetje tegenstrijdig, bepaalde bronnen zeggen dat hij 6 jaar in dit regiment bleef.

Toen de oorlog uitbrak, bleef Charles verder schrijven en publiceerde hij verhalen. Hij meldde zich niet meteen aan om te vechten in de oorlog, waarschijnlijk omdat hij trouw was aan zijn werkgever. Charles ging opnieuw bij het leger in januari 1915 en was een onderofficier in het 7th City Battalion, een 'Pals' battalion opgericht door de mannen van Manchester zodat zij samen konden vechten. Dit werd later het 22nd Battlalion in het Manchester Regiment. In deze eenheid werd Charles luitenant in A Company van 12 januari 1915 tot 6 februari 1915. Ze vaarden naar Engeland in november van datzelfde jaar.

22ste Battalion van het Manchester Regiment.
Charles May zit in de voorste rij, 2de van links


In het begin van 1916 lagen ze gestationeerd rond Mametz nabij Fricourt in Frankrijk. Het batlajon bemande nu en dan ook de frontlinie en nam deel aan aanvallen op de Duitse loopgraven. Ergens in die periode verliet Charles A Company en nam het command over B Company. In juni begonnen ze te trainen om deel te nemen aan de Slag bij de Somme. Tijdens deze periode vroeg Charles aan een collega officier, Francis Earles, om voor zijn vrouw Bessie en zijn kleine Pauline te zorgen, mocht er hem iets overkomen tijdens het offensief.

Behalve brieven schrijven naar Bessie, begon Charles ook een dagboek bij te houden vanaf vlak voor het moment dat ze naar Frankrijk vaarden. Hij schreef bijna elke dag heel gedetailleerd over zijn ervaringen. Hij was al bezig aan zijn 6de notitieboekje toen ze op 1 juli 1916 in de aanval gingen. Zijn laatste schrijfsel in zijn dagboek werd geschreven op 1 juli om 5u45 's morgens: " We marcheerden naar de frontlinie gisterenavond, de meest opwindende wandeling die je je kan inbeelden. Overal om ons heen werden geweren en kanonnen afgevuurd, soms konden we mekaar of onszelf zelfs niet verstaan. Nochtans was het een mooi zicht en je besefte nu wat de kracht van zo'n wapen echt kon betekenen. Fritz beantwoordde natuurlijk deze aanvallen, wat soms voor vervelende situaties zorgde, en er vielen hierdoor ook reeds enkele alsachtoffers voor we onze frontlinie bereikten. De nacht ging voorbij rustig, maar maakte toch nog enkele slachtoffers. De vijand vuurde af en toe een salvo op ons af en eist elke keer één of twee slachtoffers.
Het is een prachtige morgen en de zon komt op in de heldere lucht. We gaan binnen twee uur over tot de aanval. Het lijkt nog een eeuwigheid te duren en ik kan niet stoppen met denken aan wat er gaat gebeuren wanneer de aanval begint.
Niemandsland is één grote puinhoop. Je kan het je niet inbeelden in wat voor een staat het erbij ligt, tenzij je er zelf bij was. Onze artillerie heeft hier mee voor gezorgd en hopelijk ook voor wat schade aan de loopgraven van de vijand. Maar hun artillerie hebben we blijkbaar toch nog niet het zwijgen kunnen opleggen. Deze blijven ook nu nog tijdens het schrijven hun werk doen. Ik vertrouw er op dat ze niet teveel van onze mannen nemen voor het einde van de dag."



Twee uur later begon het bataljon aan zijn aanval richtin het dorpje Mametz. De aanval was een succes en ze bereikten de Duitse loopgraven, maar bijna alle officieren werden gedood of gewond. In totaal werden ongeveer 800 mannen van het bataljon gedood, gewond of vermist. Captain Charles May, die zijn mannen vooropging in de aanval, werd gedood door granaatvuur net voor ze de Duitse linies bereikten.

Ongeveer twee weken later stond er een artikel in de Manchester Guardian die verslag uitbracht over Kapitein May: 'Ondanks dat hij dodelijk gewond was, bleef hij moedig bevelen uitdelen en zijn mannen aanmoedigen tot het einde. Als hij het had overleefd, dan zou hij zeker zijn aanbevolen voor de Distinguished Service Order'.

Deze brief schreef Charles May aan zijn lieve Bessie op 17 juni 1916, enkele weken voor zijn dood:
"Ik mag niet te lang stilstaan bij mijn persoonlijke emoties, daar is hier geen plaats voor. En het werkt ook demoraliserend. Maar ik wil niet sterven. Niet dat ik het erg vind voor mezelf. Als ik moet gaan, dan ben ik er klaar voor. Maar het idee dat ik jou of onze lieve baby nooit meer zal zien, maakt me echt gek Mijn grootste troost is het geluk dat we samen hebben beleefd. Mijn geweten is ook zuiver over het feit dat ik een zo goed mogelijk leven voor jou heb proberen te creeëren. Ik weet dat als ik moet gaan, jij daar niet mee akkoord zou zijn. Dat is zeker. Maar het is de gedachte dat we mekaar moeten loslaten en dat onze baby moet opgroeien zonder haar vdaer te kennen. Het is moeilijk te aanvaarden. En ik weet dat het leven zonder mij een litteken zal achterlaten. Toch moet je het niet te fel aan je hart laten komen, want jij zal voor één van de grootste uitdagingen ooit staan, het grootbrengen van onze baby. God zegene dat kind, zij is mijn hoop op leven. My darling, au revoir. Het is best mogelijk dat jij deze regels enkel maar moet lezen alsof ze nooit gebeurd zijn. Langs de andere kant, is dit mogelijk mijn laatste boodschap voor jou. Als dat zo is, weet dna dat ik altijd met heel mijn hart en ziel van jou en onze baby heb gehouden, en dat jullie alles voor mij betekenen. Ik bid tot God dat ik mijn plicht zal doen, wat dat ook mag inhouden, en ik weet dat jij het niet anders zou willen.”


Na de oorlog hield Francis Earles zijn belofte aan Charles May, en hij trouwde met Bessie in mei 1919. Hij zorgde heel goed voor Bessie en zijn stiefdochter. Bessie stierf in Folkestone in 1966 toen ze 78 was. Dochter Pauline stierf in 1971, zij was 56. Ondanks dat ze getrouwd waren, kregen ze geen kinderen meer.

Charles May werd begraven op Dantzig Alley British Cemetery, net buiten het dorpje Mametz. Hij rust daar naast 2.052 kameraden. Zijn graflocatie is II. B. 3


Dantzig Alley British Cemetery, Mametz, Frankrijk



Het graf van kapitein Charles May
(foto van Lady Linda op www.findagrave.com)




Bronnen: www.cwgc.org / livesofthefirstworldwar.iwm.org.uk / themenbehindthemedals.org.uk / www.express.co.uk