Volgende uitstap

Polygon Wood centenary commemoration













Uitstappen Wereldoorlog 2 ~ 2014
Normandië ~ 28 januari

Dinsdag 28 januari

We beginnen de dag met een lekker ontbijt, terwijl ik buiten de regen met pijpenstelen naar beneden zie komen. Eerst zoek ik het kasteel waar de Duitse generaal Falley zijn hoofdkwartier had op D-Day, B&B mede-eigenaar Guy vertelde me er gisterenavond over dus wou ik dit even bezoeken. Helaas vond ik het niet meteen dus ben ik snel even doorgereden naar Cauqigny.

Zoals ik vorige week op de Facebook-pagina van mijn vriend Paul Woodadge zag, zou er daar nog een hekwerk zijn met inslagen van kogels en zelfs nog een kogel in het hekwerk. Door weer en wind stap ik uit en zoek me te pletter, want op het eerste zicht vind ik enkel de kogelinslagen. Na wat rond het hekwerk te wandelen vind ik de kogel dan toch. Het blijft me verbazen dat dit na bijna 70 jaar nog steeds in dit hek steekt.

Ik rij even de Merderet over in de richting van Iron Mike die over La Fière waakt, en pas nu valt me echt goed op dat de Merderet echt ver buiten zijn oevers is getreden. Zo moet het er op D-Day in juni 1944 dus ook ongeveer uitgezien hebben, alleen kwam dat toen niet door de natuur uiteraard.

Het regent me iets te fel om wat foto's te nemen dus besluit ik de trip naar Saint-James aan te vatten en te hopen dat het anderhalf uur later droog zal zijn. Zo snel ik op de autostrade kom, begint het abnormaal hard te gieten, ik rij meteen de autostrade aan Dead Man's Corner weer af en beslis een museum te bezoeken. Guy vertelde me over een nieuw museumpje vlakbij Carentan, de Memorial van Bloody Gulch, dit ga ik dan ook even zoeken.

De slag van Bloody Gulch vond plaats vlakbij Hill 30 op ongeveer anderhalve kilometer van Carentan, een gevecht tussen de 17e SS Panzergrenadier Division en 6e Falschimjäger Regiment tegen de 501e, 502e en 506e PIR van de 101st Airborne en de US 2nd Armored Division. Deze werd uiteindelijk gewonnen door de Amerikanen.
Aangekomen aan het 'museum', was er niet veel te zien. Het is gelokaliseerd in de manoir de Donville, maar veel lijkt er niet te zien. Ik maak dan ook rechtsomkeer om het Filthy 13 monument in Brévands nog eens te gaan opzoeken.

Rijdend door Carentan passeer ik aan het monument van de 101ste Airborne Division. Hier liggen nog bloemen voor de onlangs overleden 101st Airborne veteraan Jack Womer.

Ik rij nu verder naar het gehuchtje Brévands, maar plots zie ik aan mijn linkerzijde de Bailey-brug die ik reeds eerder ben komen zoeken, maar nooit vond. Ik vermoed dat het door de weinige begroeiing van planten en bomen komt, die in de zomer uiteraard weelderig aanwezig zijn, maar nu ontbreken. Ik houd dus hier eerst halt. Deze Tucker Bridge, zoals ze genoemd wordt, werd in juni 1944 door de 300e Combat Engineer Battalion aangelegd als vervanging van de brug die door de Duitsers werd vernietigd, en is een symbool van herdenking voor Majoor John Tucker die hier op 27 juni 1944 gedood werd.

Hierna gaat het verder naar Brévands, naar het op 6 juni 2008 opgerichte monument voor de Filthy Thirtheen. Zij waren een onderdeel van de 506e PIR van de 101e Airborne Division en moesten in de nacht van 5 op 6 juni de brug over de Douve rivier vernietigen, een taak die aan het grootste deel van deze eenheid het leven kostte.

Aangezien het nu toch droog lijkt te blijven, besluit ik om toch naar Saint-James te rijden. Na een lunch in de Buffalo Grill van Saint-Lô, arriveer ik in een halfzonnig weertje aan de Amerikaanse begraafplaats. Wanneer ik al mijn materiaal heb uitgeladen, ga ik eerst een bezoekje brengen aan Mr. Aarnio, de superintendent van de begraafplaats. Deze blijkt helaas net vandaag in Parijs te zijn. Eén van zijn collega's biedt haar hulp ook aan, maar gelukkig kan ik ondertussen wel al mijn plan trekken op de begraafplaatsen.

Eerst stop ik aan de Tablet of the missing om een bloem te plaatsen voor Kenneth E. Lebl. Hij kwam op 6 juni 1944 om het leven toen zijn Liberator B-24 bommenwerper op de terugweg van Lisieux in botsing kwam met een andere bommenwerper. Samen stortten ze in zee. Alle bemanningsleden kwamen om, 1 bemanningslid van het andere vliegtuig werd gevangengenomen.

Het volgende graf dat ik eer is mijn nieuwe adoptiegraf, het graf van Robert R. Payne. Hij kwam op 11 augustus 1944 om in Le Havre. Ik wacht nog op meer nieuws van mijn Amerikaanse vrienden om te weten in welke omstandigheden dit gebeurde. Ook hier maak ik wat mooie foto's zodat ik ze kan bezorgen aan de zus van Robert R. Payne, Beverly.

Het laatste graf dat ik bezoek is mijn 3e adoptiegraf op deze begraafplaats, dat van Alfred A. Reboli. Van hem vond ik tot dusver amper info. Hij kwam op 28 juli 1944 om het leven, vermoedelijk ook ergens in Frankrijk. Ik hoop in de toekomst nog meer over hem te weten te komen.

Verder bezoek ik nog wat willekeurige graven en bewonder ik de onderhoudsman die enkele kruizen aan het vervangen is. Ik bezoek tenslotte ook nog even de kapel die vooraan de begraafplaats staat.

Aangezien ik in de buurt van de Mont-Saint-Michel ben, ga ik op zoek naar een leuk plekje om deze te fotograferen. Tijdens mijn rit naar daar passeer ik aan een mooie molen die eenzaam op een heuvel staat. Uiteindelijk vind ik wat mooie plaatsen om foto's te nemen. Als dit gebeurd is, rij ik weer terug naar Sainte-Mere-Eglise waar ik Iron Mike nog eens bezoek.

De Merderet is ver buiten zijn oevers getreden en dit geeft een vrij realistisch beeld over hoe de situatie begin juni 1944 was, al zijn de overstromingen er nu wél op een natuurlijke wijze gekomen uiteraard.

Na nog een bezoekje aan de Hyper U keer ik terug naar de B&B in Picauville. Daar stelt de vrouw des huizes mij voor om even naar het centrum te gaan met haar. We bezoeken het toeristisch centrum waar een oudere vrouw mij vertelt over Picauville tijdens de oorlog, met foto's van voor het bombardement van Picauville en foto's vlak na het bombardement. Dat dit onwerkelijk interessant is, hoef ik er uiteraard niet bij te zeggen. Picauville werd gebombardeerd door de geallieerden, omdat zij dachten dat er Duitsers aanwezig waren in het centrum, deze zaten echter vlak buiten het centrum, maar dit wisten de geallieerden niet. Het aantal burgerslachtoffers viel gelukkig wel mee.

Met weer een hoop info in mijn hoofd, trekken we weer terug naar de B&B waar ik wat relax en goed uitrust voor de volgende tripdag.


Foto's