Harold Edward Miller

2 januari 2013
Na mijn bezoek aan de Amerikaanse begraafplaats in Neuville-en-Condroz eind december 2012 besloot ik, in navolging van mijn adoptiegraf in Henri-Chapelle, om ook hier een graf te adopteren. Ik nam die avond nog contact op met de verantwoordelijke en liet mij willekeurig een graf toewijzen. Toeval of niet, maar het graf van Harold E. Miller werd mij toegewezen, die in hetzelfde Regiment en Divisie dienst deed als Clemit Lipe, mijn eerste adoptiegraf.
Dit is de biografie van Harold E. Miller.

Voor de oorlog

Harold werd geboren op 20 juni 1907. Hij groeide op in McLean County, Illinois (VS). Harold was de zoon van Edward en Florence Miller. Hij had één zus, Mildred. Harold leefde het grootste deel van zijn leven in Winnebago County, Illinois.


Illinois, VS


McLean County, Illinois


Winnebago County, Illinois


Harold was de enige jongen met de Miller-naam in de familie. Dit leek erg belangrijk te zijn voor zijn tantes aangezien hij de enige was die de familienaam nog kon verderzetten. In de vroege jaren verbleven Harold en zijn familie bij zijn grootouders aan moeders kant tot ze een groter huis vonden om te huren. Toen zijn moeder ziek werd, trokken ze weer bij hen in.

Er is een grappig verhaal over kleine Harold en Mildred. Op een dag zat Harold in het eerste leerjaar. Zijn moeder besloot om even het dorp in te trekken. Ze had net Mildred thuis een bad gegeven maar had haar nog niet aangekleed. Toen ze thuiskwam was Mildred vermist. Mildred miste haar broer en ging hem zoeken. Florence ging op zoek naar haar. De buren hadden kleine Mildred zien lopen in de richting van de school. Ondertussen was Mildred volledig naakt aangekomen aan school en ging ze de klas van Harold binnen. De leraar vroeg of iemand haar kende, maar Harold, die helemaal gegeneerd was, zei niks. Hij was te beschaamd om te zeggen dat het zijn kleine zus was. Hun moeder kwam aan en nam haar terug mee naar huis. Harold zorgde ervoor dat Mildred haar escapade nooit zou vergeten.

Toen de Titanic zonk in 2012 was Harold helemaal van de kaart door deze dramatische gebeurtenis. Hij kon nachten niet slapen omdat hij zich zorgen maakte, aldus zijn moeder. Het moet zeer beangstigend en opwindend nieuws geweest zijn voor kinderen in die tijd.

Edward, Florence, Mildred en Harold


In December 1913 stierf hun moeder aan tuberculose in hun huis in Clanton, Illinois. De dokter nam de kinderen mee om hun overleden moeder te zien, ze lag op de schoot van hun vader. Florence was 25 jaar toen ze stierf.

Na hun moeder overleed, gingen de kinderen bij de familie Miller in Jacksonville, Illinois wonen. Onanks dat de familie Smith wilden zorgen voor Mildred, vonden hun vader en grootvader dat de kinderen niet apart mochten gaan wonen.

De kinderen waren zeer ontdaan van het overlijden van hun moeder. Een vijftal maanden na haar dood, verdween Mildred. Ze zochten haar overal en werd uiteindelijk gevonden op het kerkhof. Ze hield een paraplu over het graf van haar moeder om haar te beschermen tegen de regen.

Mildred en Harold waren zeer schattig, vooral wanneer ze dansten. Ze waren hier erg goed in en hielden er van een showtje op te voeren. Het gebeurde dat hun talenten werden opgemerkt door een Vaudeville showman die op bezoek was in Jacksonville. Hij wilde de kinderen mee op tour nemen als kindsterretjes. In die dagen was Vaudeville heel populair als entertainment. De familie liet hen echter niet gaan.


Harold klaar om te dansen

Mildred klaar om op te treden

In 1919 werd Harold aangeduid als edelknaap in een Woodmen Convention. Zijn oom had zich naar boven gewerkt in de Modern Woodman Insurance Co en had genoeg om Harold deze eer te bezorgen. Een edelnkaap is iemand die boodschappen en andere taken doet voor de afgevaardigden en officieren van het congres. Het is niet zeker of Harold dit ook effectief gedaan heeft, aangezien de familie in 1919 naar Rockford verhuisde.

Harold en Mildred gingen weer bij hun vader wonen, samen met oma Miller, hun tante Martha en tante Frances. Tegen die tijd zaten Harold en Mildred in de lagere school. Toen Mildred trouwde met Harry Wenberg op 20 juni 1928, trokken Harold en zijn tante Martha bij hen in.

Harold was een fuifbeest en was heel populaire bij de meisjes. Hij was een moderne casanova, een knappe kerel en een uitstekende danser, al de meisjes wilden met hem dansen. Daarbovenop was hij een vlotte prater en had hij altijd wel iets te vertellen.

Harold spendeerde 2 jaar op de middelbare school. Tijdens één zomer had hij een vakantiejob als redder aan het meer in Miller Park (niet genoemd naar de familie) in Bloomington, waar zijn tante Grave woonde. Hij was een uitstekende zwemmer en duiker. Zijn kamer stond vol trofeeën en lintjes.

In de jaren 20 was Harold drummer in een lokale dansband. Die waren heel populair in deze jazzperiode. Hij ging ook jagen en schoot op een dag een vos. Hij gebruikte zijn 32 kaliber geweer, de meste geweren in die tijd waren 22 kaliber.


Harold en de vos die hij schoot


De vader van Harold, Edward, leerde Marion Pearsall kennen in 1926, hetzelfde jaar dat oma Miller stierf in januari. Marion had vier zonen en één docher uit haar eerste huwelijk. Mildred kwam vooral goed overeen met haar stiefzus. Eén van de stiefbroers, Earl, was verkikkerd op Mildred en wilde met haar uitgaan, maar Mildred vertelde hem dat ze hem niet op die manier leuk vond. In april 1929 trouwden Edward en Marion.

Na de beurscrash in 1929 zat Edward zonder werk en had hij moeite om de rekeningen te betalen. Harry en Mildrerd gingen bij Edward wonen en hielpen hem met de rekeningen enzo. Na een tijd vond Edward opnieuw werk en verhuisden Harry en Mildred in het appartement bij de vader van Harry.

In de vroege jaren 30 woonde Harold bij zijn tante Martha in Chicago, maar spendeerde hij veel tijd in Bloomington bij zijn tante Grace. Midden jaren 30 verhuisde Harold naar Bloomington bij zijn tante Grace. Hij wisselde vaak van job en soms had hij er zelfs meer dan één. Hij hield vooral van verkopen, hij verkocht Real Silk Hosiery van deur tot deur, damesschoenen verkopen en werken voor een bookmaker. Hij had ook een tijdje een job aan de limonadefontein in de Walgreen Drug Store op de hoek van Main en Washington Streets vlak aan de McLean County Court House.

Toen zijn tante Marthe begon met het runnen van hotels in Chicage, trok Harold bij haar in. De Millers waren gek van films. Telkens er familie kwam, gingen ze minstens één film kijken. Harold hield ook erg veel van koken. Als er bezoek kwam, probeerde hij altijd iets speciaals voor te bereiden.


Harold de kok

Op een dag toen Harold onderweg naar huis was van werk, werd hij aangevallen met een platte fles whiskey. Niemand weet wie het gedaan had, maar Harold was gehavend uit de strijd gekomen. Hij had plakkers op zijn gezicht, maar het kon veel erger zijn afgelopen. Het is niet geweten of hij werd beroofd of buiten bewustzijn is geweest.

Harold ging opnieuw bij Mildred en Harry wonen in Rockford in 1938.

In mei 1939 werd zijn vader erg zien. Hij had een plotse aanval van appendicitis. Edward wilde niet naar het ziekenhuis, ondanks de hevige pijn. Hij wou het nog even wat aanzien. Hij stierf op 28 mei 1939.

Harold had nu een job waar hij 15 dollar per week verdiende. Hij moest hard werken en was altijd te moe om 's avonds nog uit te gaan.

Harold trouwde nooit en was single toen hij zich aanmeldde bij het leger. In de zomer van 1941, terwijl hij op Camp Croft in South Carolina zat, ontmoette hij een knappe jonge brunette waarmee hij een relatie begon. Het is nooit geweten hoe serieus het was aangezien Harold wel meerdere vriendinnen had.

Legerdienst

Harold ging in dienst bij het leger op 15 oktober 1940 in Peoria, Illinois, toen was hij reeds 33 jaar. Na indiensttreding werd hij naar Fort Bragg in North Carolina gestuurd waar hij jonge soldaten ging opleiden. Hij leerde ze het gebruik van de bajonet, geweer, machinegeweer en handgranaat. Hij studeerde elke avond om de training voor zijn mannen voor te bereiden.


Fort Bragg, North Carolina

In maart 1941 werd hij overgeplaatst naar Camp Croft in South Carolina, en werd hij gepromoveerd tot korporaal. Hij hoopte dat hij veel post zou ontvangen van de familie, maar hij ontving er geen. Hij schreef naar huis om te vragen waarom sommigen hem niet schreven. Hij vond dat iemand in het leger graag las over het thuisfront.

In juni 1941 werd hij gepromoveerd tot sergeant en had hij een peloton dat bestond uit 53 soldaten en 2 korporaals, hij wou een gevechtseenheid.

Het was ook in die periode dat hij een knappe 27-jarige brunette leerde kennen waarmee hij een relatie begon. Haar naam was Elsie Woolard, een nette dame van goede ouwe zuiderse komaf die afstudeerde van de middelbare school. Ze ontmoetten mekaar in maart en begonnen uit te gaan in juni. Ze planden om te trouwen voor Harold afzwaaide uit het leger.


Camp Croft, South Carolina

Na de aanval op Pearl Harbor, sloten ook de Amerikanen zich aan bij de geallieerden en werd het een echte Wereldoorlog. Toch bleef het Amerikaanse leger Harold van basis naar basis verplaatsen om zijn deelname aan de oorlog uit te stellen, als ‘oude man’ had hij weinig te zoeken in de oorlog. Harold praatte vaak over verlof en zijn familie bezoeken, maar om één of andere reden werd dit altijd uitgesteld.

In april 1942 werd Harold gepromoveerd tot staff sergeant in Fort Bragg, North Carolina. De 78e divisie, 309 infantry regiment werd opgericht. Hij moest een opleiding gaan volgen zodat hij zijn mannen kon leren kaartlezen en luchtkaartfotografie. Er waren ongeveer 70.000 soldaten in Fort Bragg. Harold verdiende 84 dollar per maand in die tijd.

Er ontstond een gerucht dat ze mogelijk naar Fort Mead zouden getransfereerd worden binnen afzienbare tijd. Harold vond dat geweldig. Hij wilde erg graag naar New York, Washington en Baltimore.

In mei 1942 volgde Harold een opleiding tot leraar in een klas met 250 medestudenten. Ongeveer de helft van hen zou binnen het jaar een 2nd Lieutenant zijn. Harold wist niet of hij een Lieutenant wou worden of niet. Hij vond dat ze altijd het vuile werk moesten opknappen. Hij was tevreden met zijn rang van Staff Sergeant.

In juni 1942 ging Harold opniew naar school. Ze leerden dezelfde dingen als die ze gedurende 15 maanden hebben geleerd in Camp Croft. Hij vond dat de 2nd Lieutenants diegenen waren die bijles nodig hadden. Ze kwamen net van het college en wisten heel weinig over militaire dingen en manieren. Sommigen onder hen maakten grote fouten. Hij hield niet van de gedachte dat hij één van hen moest volgen in de strijd. Er waren ook wel goeie, maar die verdwenen al snel wanneer ze wat bijleerden.

In juli 1942 werd hij overgeplaatst naar Camp Butner in North Carolina, een nieuw half afgewerkt kamp. Zijn eenheid stond op het punt om een gevechtseenheid te worden. Het duurde ongeveer 7 à 10 maanden voor ze overzees werden gestuurd. Ze verwachtten nieuwe rekruten binnen de maand.

Aan het einde van september 1942 waren ze nog steeds aan het wachten op die rekruten. Zijn groep werkte aan probelemen op het terrein en het innemen van machinegeweer opstellingen. Ze deden dit soort dingen zo vaak dat hij het gevoel had dat hij het zelfs in zijn slaap zou kunnen. Hoewel, hoe meer oefening ze kregen, hoe beter ze het zouden uitvoeren.

Eindelijk begon er ook post te komen van het thuisfront en Harold probeerde ze allemaal te beantwoorden. Hij bleef vaak thuis, af en toe ging hij eens naar de film. Hij woonde maar een paar blokken van het theater en de Service Club waar hij af en toe ging dansen. Hij had veel plezier als hij kon dansen.

Aan het einde van oktober 1942 kwamen er 53 nieuwe mannen maar die belandden in het 2nd Platoon. Harold had met hen dus niets te maken. Hij was geen fan van de organisatie en probeerde elke dag om er aan te kunnen ontsnappen. Het werd slecht geleid, naar zijn mening.

Op een dag schreef hij zijn tante Alice: "Ik sta op bewaking vandaag. Ik moet in het wachthuis blijven en de gevangenen bewaken. We hebben er momenteel slechts 9. Eentje werd vanmorgen nog vrijgelaten. Dit is maar een klein wachthuis. Het behoort tot het regiment. Het grote wachthuis zit vol met mannen. De meesten van hen zitten vast omdat ze hun post verlaten hebben zonder toelating om hun vriendinnetje te zien. Volgens de regels moeten ze dan drie dagen in het wachthuis zitten per dag ze er niet zijn. Dus, iemand die zeven dagen wegblijft wordt veroordeeld tot eenentwintig zonder loon. Hij moet deze eenentwintig dagen ook bijwerken na de oorlog. ... Ik volg nu ook chemische oorlogsvoering. Ik heb betere instructeurs dan Junior (Junior = George Hatzenbuhler, zijn neef) had omdat onze officiers effectief gasaanvallen hebben meegemaakt tijdens de vorige oorlog of er uitgebreide opleidingen over hebben gekregen. Je zou me niet meer herkennen. Ik weet alles over de verschillende wapens, kan ze allemaal uit mekaar halen en uitleggen hoe ze werken. Ik werk ook op het terrein. We oefenen dagenlang tot we de vijand ontmoeten in de stijrd, en wanneer we hem ontmoeten, zullen we winnen."

Harold bleef studeren voor een tweede promotie in de graad van luitenant, maar hij wou de verantwoordelijkheid niet echt op zich hebben. In november 1942 kwamen er honderden mannen per dag bij in Camp Butner. Dit zorgde voor grote verwarring. De 9e divisie, de oude divisie waar Harold in zat, bevond zich in Afrika en hij wou dat hij bij hen was.

In augustus 1943 was hij nog steeds troepen aan het trainen in Camp Butner. Ze leerden hoe ze versterkte posities zoals bunkercomplexen moesten aanvallen met vlammenwerpers, nitroglycerine en dynamiet. Dit deed hen uiteraard al zeer sterk vermoeden dat ze tegen de Duitsers zouden gaan vechten in Europa.


Camp Butner, North Carolina

In september 1943 werd Harold voor een week naar Virginia gestuurd. Zijn eenheid kampeere in Prince Edward's bos. Dit was een wildreservaat en een heel prachtige locatie. Er waren ook twee mooie meren waar ze elke dag gingen zwemmen, en waar ze ook op een bootje gingen varen. Het leek wel op een militaire vakantie. Het weer was uitstekend en de reis heen en terug was ook heel interessant.

In december 1943 vertelde Harold over zijn meisje: "Ze is één van de liefste meisjes in Henderson. Haar familie is één van de oudste families in de streek en heeft veel geld. Zij zelf bezit het grootste en beste drug store in de stad. Ze is lid van de beste Country Club en een voortrekster van alle sociale activiteiten die hier plaatsvinden. Ze kleedt zich erg mooi en altijd op de juiste manier. Om het af te maken is ze het liefste meisje dat ik ooit heb gekend. Ze gaf me een zelfgemaakte wollen trui voor Kerstmis. Ik gaf haar een mooie doos vol snoep en een corsage van gardenia's. Wie weet trouwen we wel op een dag..."

Haorlds eenheid leerde hoe ze versterkte plaatsen zoals moest aanvallen, met vlammenwerpers, nitroglycerine en dynamiet. Dit was een aanwijzing dat ze tegen de Duitsers gingen vechten in Europa.

In januari 1944 bezocht Harold zijn moeder, zijn zus Mildred en haar pasgeboren zoon Richard. Harolds laatste woorden aan zijn zus waren ‘Ik zal je schrijven vanuit Berlijn’.

In februari 1944 ging Harold 2 maanden op manoeuvres in Tennessee. Daarna ging hij naar Camp Pickett in Virginia, waar hij 7 dagen per week onervaren troepen bleef trainen voor D-Day. Duizenden mannen kwamen naar het kamp. Harold vond dat het leger de soldaten te snel door de training stuurde.

In maart 1944 maakten ze alle mannen die op manoeuvers waren klaar om in te schepen. Enkel de NCO's bleven achter. Het was zwaar om alle vrienden te zien vertrekken om ongetwijfeld te gaan deelnemen aan de grote invasie.


Camp Pickett, Virginia

In mei 1944 was Harold nog steeds in Camp Pickett, harder aan het werken dan hij ooit gedaan had. De mannen zaten zelfs op zondag op de schietbaan. Het leek voor hem alsof de mannen te snel moesten klaar zijn. Ze hadden zelden een zondag vrij. Harold had een verstuiking aan zijn linkerschouder en moest drie keer per week naar het ziekenhuis voor infrarood en massagebehandeling. Hij voelde dat het beter ging en zijn schouder binnenkort weer in orde zou zijn.

In juli 1944 was Harold in Henderson in North Carolina, toen hij aan het busstation aangereden werd door een auto terwijl hij op zijn vriendin aan het wachten was. De chauffeur was onoplettend en werd aangeklaagd voor onvoorzichtig en roekeloos rijgedrag. Harold hield er een borstpunctie aan over en verschillende wonden aan zijn gezicht. Hij verbleef een maand in het ziekenhuis. In het ziekenhuis ontmoette hij een soldaat van zijn oude 9e divisie. De soldaat vertelde hem dat er nog slechts 17 man overbleven van zijn oude eenheid, die naar Afrika was gestuurd.

In oktober 1944 verbleef Harold een korte tijd op een verzamelplaats, waardoor hij tijd had om New York te bezoeken alvorens in te schepen.

Op 1 november 1944 schreef Harold: "Eindelijk zit ik op de zee. Ik weet echter niet waar we naartoe varen." Harold werd naar Europa gestuurd om eindelijk mee te gaan vechten tegen de Duitsers. Zijn eenheid arriveerde in Engeland waar ze in het Engelse stadje Bournemouth hun intrek namen, op ongeveer 3 uur van Londen (met de trein). Het heeft een tijd geduurd, maar eindelijk kon hij Londen gaan bezoeken waar hij de plek vond waar zijn grootmoeder Miller als kind woonde. Hij verbleef daar niet lang. In een brief naar huis schreef hij: "Als er iets met me zou gebeuren, willen jullie dit dan laten weten aan mijn meisje in Henderson, North Carolina? Haar adres is: Miss Elsie Woolard, 203 Burwell Avenue, Henderson, N.C. Phone #1. Ze is een prachtige meid en heeft een geweldige familie. Ik ben heel erg graag bij haar."


Eind november trok zijn eenheid per trein en trucks door Frankrijk België binnen. Veel steden en dorpen werden toen zowel door Duitsers als geallieerden gebombardeerd. De twee grote ruilproducten waren sigaretten in Frankrijk en zeep in België. Een soldaat kon zowat alles krijgen in de plaats. Harolds eenheid leefde in de modder en het weer was koud en het regende zeer veel.

Op 9 december verplaatste de divisie zich naar de omgeving van Lammersdorf in Duitsland, van waar ze hun eerste aanval zouden uitvoeren. Hun eerste taak was om de dorpen Bickerath en Simmerath in handen te krijgen. Wanneer ze deze dorpen vrij hadden gemaakt van Duitse troepen, moesten ze zich naar Kesternich begeven.

Het eerste bevel voor de 78th Division tijdens Wereldoorlog 2 werd gegeven op 11 december 1944. Deze eerste aanval werd vastgelegd op 13 december 1944.


Eerste acties die het 309th Infantry Regiment uitvoerde op 13 december 1944

Deze eerste actie ging gepaard met slecht weer. Daarbovenop waren er ook nog de Duitsers die hun V1 bommen afvuurden en waarvan er af en toe eentje in de buurt van de divisie belandde. Samen met de regen en modder, was er nu ook de ijzige koude van de Duitse winters. De wegen waren glad en bedenkt met sneeuw en de velden werden omgetoverd tot witte tapijten.

In de vroege ochtend van 13 december, terwijl het nog erg koud en donker was, sloop de 309th Infantry Regiment uit hun schuttersputjes en natte kelders en verplaatsten zich naar de frontlijn, een ongemakkelijk landschap dat ze enkel kenden vanop mappen. Het was nog pikdonker toen ze de vertreklijn overstaken.



Er kwamen geen nieuwe brieven meer van Harold. Brieven aan Harold werden teruggestuurd.

Overlijden

Harold werd verwond en opgegeven als vermist op 13 december 1944, tijdens de eerste slag om Kesternich. Alles wijst erop dat hij betrokken was bij de aanval op Simmerath. Harold was één van de eerste soldaten die gewond raakte door machinegeweervuur. Het ging om een schouderwonde. Hij overleed een uur na hij voor het eerst de strijd inging.

Hij vocht dus enkel in het hart van de Siegfriedlinie. Een medic op het slagveld beweert dat Harold werd gevangengenomen en werd omgebracht met een bajonet om munitie te sparen. Het ministerie van oorlog heeft hem doodverklaard op 14 december 1945. Zijn lichaam werden gevonden in Bickerath (Duitsland). Hij werd herkend aan zijn dog tags. Toen ze zijn lichaam vonden was zijn rechter dijbeen en linker scheenbeen gebroken, zijn zijn rechterkaak was verdwenen en het lichaam was reeds in verre staat van ontbinding. Harold werd op 4 april 1946 begraven op de Amerikaanse begraafplaats in Neupré, waar hij nu nog steeds ligt.

De volgende informatie van Sergeant J.A. Wojeik (G Company, 309th Infantry Regiment) van 24 mei 1945 is de meest gedetailleerde omtrent de situatie van Harold: "Sergeant Miller kreeg een kogel in de schouder van een machinegeweer. De Company was in gevechtsformatie en ging in de aanval op het dorp Simmerath. De pelotons werden ingezet wanneer er weerstand werd ondervonden. De Sergeant was één van de eersten die gewond raakte. Medic Rowell behandelde hem met succes en toen hij klaar was vroeg Sergeant Miller aan Rowell om verder te gaan omdat anderen zijn hulp nodig hadden. Het doel werd bereikt en veilig gesteld, maar de Heinies hadden gedurende deze periode erg sterke patrouilles in de buurt. Het is geweten dat sommige patrouilles het gebied bereikten waar Sergeant Miller lag. De Duitsers waren wanhopig op zoek naar gevangenen om meer te weten te komen over de omvang van onze aanval. We ontdekten later dat onze inspanningen hun grote winteroffensief vertraagde. Ze bezaten een fenomenale weerstand omdat hun hoofdaanvoerroute tussen onze doelen lag. Hadden we hier succesvol geweest, dan had er misschien nooit een Ardennenoffensief plaatsgevonden. Dit is slechts mijn persoonlijke gedachte. De verliezen waren groot in de bittere en verwarrende gevechten. De medic gelooft dat Sergeant Miller werd gevangengenomen. Er is een mogelijkheid dat hij nog leeft, maar vergeet niet dat er ook hevige artillerie-aanvallen plaatsvonden en er hard gevochten werd. Dit gebeurde allemaal in het hart van de verdedigingslijn van de Siegfried Line. De Sergeant staat nog steeds aangevinkt als Missing in Action in de Company. Het spijt me dat ik je niet meer zekere info kan geven. In de korte tijd dat de Sergant deelnam aan de strijd, toonde hij zich een goeie leider. Hij toonde ook bezorgdheid om anderen terwijl hij zelf gewond was. Die eigenschap is vaak moeilijk te vinden bij gewonden."

Een ooggetuige deelde de volgende informatie: "In een klein bebost gebied in het noorden achter Bickerath ligt 1 Amerikaans lichaam boven de grond. Er vonden gevechten plaats rond Bickerath van 14 september 1944 tot 14 december 1944. Er wordt vermoed dat de soldaat werd gedood door artillerievuur." Informant: Josef Stollenwerk, Bickerath, Duitsland.

Een andere getuigenis zegt het volgende: "De soldaat werd gewond vlakbij Simmerath, Duitsland, en werd eerste hulp gegeven door een medic. Er werd een patrouille gestuurd om hem te gaan ophalen, maar de soldaat werd niet teruggevonden."

Op één of andere manier ontving de familie het nieuws dat Harold gewond was geraakt op 17 december 1944. Er verscheen een artikel in de krant dat hij verwond werd op 13 december 1944, misschien was er ergens een communicatiefout opgetreden toen dit werd doorverteld. Er werden nog vele brieven geschreven aan Harold na 13 december 1944, niet wetende dat hij al vermist was, en meer dan waarschijnlijk ook gedood. Sommige brieven keerden pas in maart of april 1945 met de stempel VERMIST op de omslag.

Harold verdiende tijdens zijn verblijf in de oorlog de Purple Heart. Hij ligt begraven op het Ardennes American Cemetery in Neupré (België). Zijn graf ligt op plot D, rij 22, graf 4.


Ardennes American cemetery, Neupré, België

109th Infantry Regiment, 28th Infantry Division


309th Infantry Regiment


78th Infantry Division


Technical Sergeant


De 78ste Infantry Division werd voor het eerst geactiveerd op 23 augustus 1917 in Camp Dix in New Jersey. De divisie bestond uit vier infanterieregimenten; de 309de, 310de, 311de en 312de en drie artillerieregimenten; de 307de, 308ste en 309de.

Pas in mei en juni 1918 werd de divisie overgebracht naar Frankrijk om mee te vechten in WOI. De 78ste vocht mee in drie grote campagnes; het Meuse-Argonnenoffensief, het St.-Mihiel Offensief en het Lorraine-offensief. De divisie ontving twee Medal of Honors tijdens deze campagnes. In juni 1919 werd de divisie gedemobiliseerd.

Tijdens WOII werd de divisie opnieuw geactiveerd op 15 augustus 1942 in Camp Buttner, North Carolina. Oorspronkelijk werd de divisie aanzien als een vervangingseenheid. Dit bleef zo tot 1 maart 1943. Vanaf die dag werd de divisie weer een veldeenheid en begon weer voluit te trainen.

Na twee jaar training vertrok de divisie naar het ETO voor deelname aan de strijd in Europa. Ze vertrokken op 14 oktober 1944 in New York en kwamen op 26 oktober 1944 aan in Engeland. Na nog wat extra training staken ze het kanaal over naar Frankrijk op 22 november. Op 27 november werden ze verplaatst naar Tongeren in België en op 7 december verder getransfereerd naar Rotgen in Duitsland.

De 309th Infantry Regiment lostte tussen 1 en 12 december de 1st Division af in de buurt van Entenpfuhl. Op 13 december vielen ze de dorpen Simmerath, Witzerath en Bickerath aan en vochten ze om het dorp Kesternich. Op 18 december lanceerde Gerd von Rundstedt een tegenaanval in de omgeving van Monschau.

De 78th Infantry Division behield het gebied dat het veroverde langs de Siegfriedlinie, ondanks vele Duitse tegenaanvallen tijdens de winter. Op 30 januari 1945 viel de divisie opnieuw aan en nam Kesternich in op 2 februari. Op 8 februari namen ze Schmidt in en op 9 februari veroverden ze de belangrijke Schwammanauel dam.

Tijdens de komende weken staken ze de Ruhr over en op 28 februari sloot de divisie aan bij het 1ste en 9de leger in hun voortgang richting de Rijn. Op 8 maart stak het 310de regiment de Rijn over via de Ludendorfbrug in Remagen vlak na de 9de Pantserdivisie.

Ze namen verder Euskirchen, Rheinbach en Bad Neuenahr in. De 78ste divisie verlengde het bruggenhoofd na de inname van Honnef en sneed de Autobahn af op 16 maart.

Van 2 april tot 8 mei hield de divisie de Ruhr Pocket en op VE-day waren ze gestationeerd in de buurt van Marburg. De divisie bleef actief in Duitsland tot ze op 22 mei 1946 gedeactiveerd werd.

De divisie nam deel aan drie grote campagnes; Rhineland, Ardennes-Alsace en Central-Europe, en dit gedurende 125 dagen. Slechts één soldaat ontving de Medal of Honor (John Edward Kelley van de 311th Infantry Regiment). In totaal kwamen 1.427 soldaten om tijdens de strijd, 6.103 werden gewond, 231 vermist en 385 werden krijgsgevangene genomen.

Contact

Ik hoorde voor het eerst over het adopteren van adoptiegraven toen ik er op één van de vele internet websites over las. Ik stuurde meteen een aanvraag om een graf te adpoteren op de Amerikaanse begraafplaats te Henri-Chapelle (België). Op 13 juni 2012 werd mijn eerste graf (Clemit Lipe) aan mij toegewezen.

Na een bezoek aan het Ardennes American cemetery in Neupré later dat jaar, deed ik een nieuwe aanvraag om ook daar een graf te adopteren en het graf van Harold E. Miller werd mij willekeurig toegewezen op 2 januari 2013.

Ik begon op internet zoveel mogelijk info op te zoeken over deze soldaat, maar ik kon bijna niets vinden. Ik vroeg een personeelsbestand aan, maar dat werd vernietigd in de grote brand in 1973 en ik zou een redelijke som geld moeten betalen voor hetgeen ze toch hebben kunnen terugvinden.

Op een dag gaf mijn Nederlandse Facebook-vriend, John Bessems, me de tip om de Amerikaanse Andi Hunting te contacteren. Zij lijkt een expert te zijn in het opzoeken en vinden van familieleden van Amerikaanse soldaten die in het buitenland op een oorlogskerkhof begraven liggen. Ik mailde haar en een dag later bezorgde zij mij de contactgegevens van 2 familieleden van Harold, samen met enkele tips om hen te schrijven.

Enkele dagen later schreef ik een brief naar de gebroeders Richard en Stephen Wenberg, zij zijn de zonen van Mildred, de zus van Harold. Al snel werd ik op Facebook toegevoegd door Ronette, de vrouw van Stephen en praatten we vol ongeloof en vol enthousiasme de uren aan mekaar.

Bijna alle info in de biografie komt dan ook van deze personen, en ik zou hen hier ook enorm voor willen bedanken. En uiteraard ook een welgemeende dank u wel aan Andi Hunting om mij deze contactgegevens te bezorgen. En tenslotte ook een dank u wel aan John om mij in contact te brengen met Andi!

Persoonlijke informatie

Technical Sergeant, U.S. Army
Service # 16017052
309th Infantry Regiment, 78th Infantry Division, B Company
In dienst getreden in Peoria, Illinois op 15 oktober 1940

Geboren: 20 juni 1907
Opgegroeid in: McLean County, Illinois

Overleden: 13 december 1944
Status: finding of death (FOD)

Begraven in: Plot D, rij 22, graf 4, Ardennes American Cemetery, Neupré, België
Erkenningen: Purple Heart


Purple Heart


Familie
Vader: Edward Miller (1884-1939)
Moeder: Florence Smith (1888-1913)
Zus: Mildred (1908-2011)

Meer foto's














Bronnen

- http://www.abmc.gov
- http://www.wwiimemorial.com NARA
- http://www.wwiimemorial.com overseas American cemeteries
- http://www.fieldsofhonor-database.nl
- http://aad.archives.gov
- Andi Hunting
- Stephen E. Wenberg en zijn vrouw Ronette, Richard Wenberg
- http://www.findagrave.com
- Die Hard, history of the 309th Infantry Regiment

Indien u mij aan meer info kan helpen in verband met deze soldaat, zijn familie, zijn regiment/divisie, etc.... mag u mij altijd contacteren (nicklieten@hotmail.com). Dank je wel!