Harold Edward Miller

2 januari 2013
Na mijn bezoek aan de Amerikaanse begraafplaats in Neuville-en-Condroz eind december 2012 besloot ik, in navolging van mijn adoptiegraf in Henri-Chapelle, om ook hier een graf te adopteren. Ik nam die avond nog contact op met de verantwoordelijke en liet mij willekeurig een graf toewijzen. Toeval of niet, maar het graf van Harold E. Miller werd mij toegewezen, die in hetzelfde Regiment en Divisie dienst deed als Clemit Lipe, mijn eerste adoptiegraf.
Dit is de biografie van Harold E. Miller.

Voor de oorlog

Harold was born on the 20th of June in 1907 and he grew up in McLean County, Illinois (USA). Harold was the son of Edward and Florence Miller. He had one sister, Mildred. Harold lived the bigger part of his life in Winnebago County, Illinois.


Illinois, VS


McLean County, Illinois


Winnebago County, Illinois


Harold ging 2 jaar naar de hogeschool en werkte daarna als verkoper. Samen met zijn zus Mildred, ging hij zingen en dansen in locale theaters. Ze stonden bekend als plaatselijke talenten. Harold was een fuifbeest en kon de dames goed bekoren.
Hij is nooit getrouwd en was vrijgezel toen hij zich aanmeldde bij het leger. In de zomer van 1941, toen hij in Camp Croft, South Carolina zat, begon hij een relatie met een knappe brunette.

Legerdienst

Harold ging in dienst bij het leger op 15 oktober 1940 in Peoria, Illinois, toen was hij reeds 33 jaar. Na indiensttreding werd hij naar Fort Bragg in North Carolina gestuurd waar hij jonge soldaten ging opleiden. Hij leerde ze het gebruik van de bajonet, geweer, machinegeweer en handgranaat. Hij studeerde elke avond om de training voor zijn mannen voor te bereiden.

In maart 1941 werd hij overgeplaatst naar Camp Croft in South Carolina, en werd hij gepromoveerd tot korporaal. In juni 1941 werd hij gepromoveerd tot sergeant en had hij een peloton dat bestond uit 53 soldaten en 2 korporaals, hij wou een gevechtseenheid.

Het was ook in die periode dat hij een knappe 27-jarige brunette leerde kennen waarmee hij een mooie relatie begon.

Na de aanval op Pearl Harbor, sloten ook de Amerikanen zich aan bij de geallieerden en werd het een echte Wereldoorlog. Toch bleef het Amerikaanse leger Harold van basis naar basis verplaatsen om zijn deelname aan de oorlog uit te stellen, als ‘oude man’ had hij weinig te zoeken in de oorlog.

In april 1942 werd Harold gepromoveerd tot staff sergeant in Fort Bragg, North Carolina. De 78e divisie, 309 infantry regiment werd opgericht. Hij moest een opleiding gaan volgen zodat hij zijn mannen kon leren kaartlezen en luchtkaartfotografie. Er waren ongeveer 70.000 soldaten in Fort Bragg. Harold verdiende 84 Dollar per maand in die tijd.

In juli 1942 werd hij overgeplaatst naar Camp Butler in North Carolina, een nieuw half afgewerkt kamp. Zijn eenheid stond op het punt om een gevechtseenheid te worden. Het duurde ongeveer 7 à 10 maanden voor ze overzees werden verscheept.

Harold bleef studeren voor een tweede promotie in de graad van luitenant, maar hij wou de verantwoordelijkheid niet echt op zich hebben.

In november 1942 kwamen er honderden mannen per dag bij in Camp Butler. Dit zorgde voor grote verwarring. De 9e divisie, de oude divisie waar Harold in zat, bevond zich in Afrika en hij wou dat hij bij hen was.

In augustus 1943 was hij nog steeds troepen aan het trainen in Camp Butler. Ze leerden hoe ze versterkte posities zoals bunkercomplexen moesten aanvallen met vlammenwerpers, nitroglycerine en dynamiet. Dit deed hen uiteraard al zeer sterk vermoeden dat ze tegen de Duitsers zouden gaan vechten in Europa.

In januari 1944 bezocht Harold zijn moeder, zijn zus Mildred en haar pasgeboren zoon Richard. Harolds laatste woorden aan zijn zus waren ‘Ik zal je schrijven vanuit Berlijn’.

In februari 1944 ging Harold 2 maanden op manoeuvres in Tennessee. Daarna ging hij naar Camp Pickett in Virginia, waar hij 7 dagen per week onervaren troepen bleef trainen voor D-Day. Duizenden mannen kwamen naar het kamp. Harold vond dat het leger de soldaten te snel door de training stuurde.

In juli 1944 was Harold in Henderson in North Carolina, toen hij aan het busstation aangereden werd door een auto terwijl hij op zijn vriendin aan het wachten was. De chauffeur was onoplettend en werd aangeklaagd voor onvoorzichtig en roekeloos rijgedrag. Harold hield er een borstpunctie aan over en verschillende wonden aan zijn gezicht. Hij verbleef een maand in het ziekenhuis. In het ziekenhuis ontmoette hij een soldaat van zijn oude 9e divisie. De soldaat vertelde hem dat er nog slechts 17 man overbleven van die oude eenheid, die naar Afrika was gestuurd.

Op 1 november werd Harold naar Europa gestuurd om eindelijk mee te gaan vechten tegen de Duitsers. Zijn eenheid arriveerde in Engeland waar ze in het Engelse stadje Bournemouth hun intrek namen, op ongeveer 3 uur van Londen (met de trein). Het heeft een tijd geduurd, maar eindelijk kon hij Londen gaan bezoeken waar hij de plek vond waar zijn grootmoeder Miller als kind woonde.

Eind november trok zijn eenheid per trein en trucks door Frankrijk België binnen. Veel steden en dorpen werden toen zowel door Duitsers als geallieerden gebombardeerd. De twee grote ruilproducten waren sigaretten in Frankrijk en zeep in België. Een soldaat kon zowat alles krijgen in de plaats. Harolds eenheid leefde in de modder en het weer was koud en het regende zeer veel.

Harolds death

Harold werd verwond en opgegeven als vermist op 13 december 1944, tijdens de eerste slag om Kesternich. Alles wijst erop dat hij betrokken was bij de aanval op Simmerath. Harold was één van de eerste soldaten die gewond raakte door machinegeweervuur. Het ging om een schouderwonde.

Hij vocht enkel in het hart van de Siegfriedlinie. Een medic op het slagveld beweert dat Harold werd gevangengenomen en werd omgebracht met een bajonet om munitie te sparen. Het ministerie van oorlog heeft hem doodverklaard op 14 december 1945. Zijn lichaam werden gevonden in Bickerath (Duitsland). Hij werd herkend aan zijn dog tags en hij werd op 4 april 1946 begraven op de Amerikaanse begraafplaats in Neupré, waar hij nu nog steeds ligt.

Harold verdiende tijdens zijn verblijf in de oorlog de Purple Heart. Hij ligt begraven op het Ardennes American Cemetery in Neupré (België). Zijn graf ligt op plot D, rij 22, graf 4.


Ardennes American cemetery, Neupré, België

109th Infantry Regiment, 28th Infantry Division


309th Infantry Regiment


78th Infantry Division


Technical Sergeant


De 78ste Infantry Division werd voor het eerst geactiveerd op 23 augustus 1917 in Camp Dix in New Jersey. De divisie bestond uit vier infanterieregimenten; de 309de, 310de, 311de en 312de en drie artillerieregimenten; de 307de, 308ste en 309de.

Pas in mei en juni 1918 werd de divisie overgebracht naar Frankrijk om mee te vechten in WOI. De 78ste vocht mee in drie grote campagnes; het Meuse-Argonnenoffensief, het St.-Mihiel Offensief en het Lorraine-offensief. De divisie ontving twee Medal of Honors tijdens deze campagnes. In juni 1919 werd de divisie gedemobiliseerd.

Tijdens WOII werd de divisie opnieuw geactiveerd op 15 augustus 1942 in Camp Buttner, North Carolina. Oorspronkelijk werd de divisie aanzien als een vervangingseenheid. Dit bleef zo tot 1 maart 1943. Vanaf die dag werd de divisie weer een veldeenheid en begon weer voluit te trainen.

Na twee jaar training vertrok de divisie naar het ETO voor deelname aan de strijd in Europa. Ze vertrokken op 14 oktober 1944 in New York en kwamen op 26 oktober 1944 aan in Engeland. Na nog wat extra training staken ze het kanaal over naar Frankrijk op 22 november. Op 27 november werden ze verplaatst naar Tongeren in België en op 7 december verder getransfereerd naar Rotgen in Duitsland.

De 309th Infantry Regiment lostte tussen 1 en 12 december de 1st Division af in de buurt van Entenpfuhl. Op 13 december vielen ze de dorpen Simmerath, Witzerath en Bickerath aan en vochten ze om het dorp Kesternich. Op 18 december lanceerde Gerd von Rundstedt een tegenaanval in de omgeving van Monschau.

De 78th Infantry Division behield het gebied dat het veroverde langs de Siegfriedlinie, ondanks vele Duitse tegenaanvallen tijdens de winter. Op 30 januari 1945 viel de divisie opnieuw aan en nam Kesternich in op 2 februari. Op 8 februari namen ze Schmidt in en op 9 februari veroverden ze de belangrijke Schwammanauel dam.

Tijdens de komende weken staken ze de Ruhr over en op 28 februari sloot de divisie aan bij het 1ste en 9de leger in hun voortgang richting de Rijn. Op 8 maart stak het 310de regiment de Rijn over via de Ludendorfbrug in Remagen vlak na de 9de Pantserdivisie.

Ze namen verder Euskirchen, Rheinbach en Bad Neuenahr in. De 78ste divisie verlengde het bruggenhoofd na de inname van Honnef en sneed de Autobahn af op 16 maart.

Van 2 april tot 8 mei hield de divisie de Ruhr Pocket en op VE-day waren ze gestationeerd in de buurt van Marburg. De divisie bleef actief in Duitsland tot ze op 22 mei 1946 gedeactiveerd werd.

De divisie nam deel aan drie grote campagnes; Rhineland, Ardennes-Alsace en Central-Europe, en dit gedurende 125 dagen. Slechts één soldaat ontving de Medal of Honor (John Edward Kelley van de 311th Infantry Regiment). In totaal kwamen 1.427 soldaten om tijdens de strijd, 6.103 werden gewond, 231 vermist en 385 werden krijgsgevangene genomen.

Contact

Ik hoorde voor het eerst over het adopteren van adoptiegraven toen ik er op één van de vele internet websites over las. Ik stuurde meteen een aanvraag om een graf te adpoteren op de Amerikaanse begraafplaats te Henri-Chapelle (België). Op 13 juni 2012 werd mijn eerste graf (Clemit Lipe) aan mij toegewezen.

Na een bezoek aan het Ardennes American cemetery in Neupré later dat jaar, deed ik een nieuwe aanvraag om ook daar een graf te adopteren en het graf van Harold E. Miller werd mij willekeurig toegewezen op 2 januari 2013.

Ik begon op internet zoveel mogelijk info op te zoeken over deze soldaat, maar ik kon bijna niets vinden. Ik vroeg een personeelsbestand aan, maar dat werd vernietigd in de grote brand in 1973 en ik zou een redelijke som geld moeten betalen voor hetgeen ze toch hebben kunnen terugvinden.

Op een dag gaf mijn Nederlandse Facebook-vriend, John Bessems, me de tip om de Amerikaanse Andi Hunting te contacteren. Zij lijkt een expert te zijn in het opzoeken en vinden van familieleden van Amerikaanse soldaten die in het buitenland op een oorlogskerkhof begraven liggen. Ik mailde haar en een dag later bezorgde zij mij de contactgegevens van 2 familieleden van Harold, samen met enkele tips om hen te schrijven.

Enkele dagen later schreef ik een brief naar de gebroeders Richard en Stephen Wenberg, zij zijn de zonen van Mildred, de zus van Harold. Al snel werd ik op Facebook toegevoegd door Ronette, de vrouw van Stephen en praatten we vol ongeloof en vol enthousiasme de uren aan mekaar.

Bijna alle info in de biografie komt dan ook van deze personen, en ik zou hen hier ook enorm voor willen bedanken. En uiteraard ook een welgemeende dank u wel aan Andi Hunting om mij deze contactgegevens te bezorgen. En tenslotte ook een dank u wel aan John om mij in contact te brengen met Andi!

Persoonlijke informatie

Technical Sergeant, U.S. Army
Service # 16017052
309th Infantry Regiment, 78th Infantry Division, B Company
In dienst getreden in Peoria, Illinois op 15 oktober 1940

Geboren: 20 juni 1907
Opgegroeid in: McLean County, Illinois

Overleden: 13 december 1944
Status: finding of death (FOD)

Begraven in: Plot D, rij 22, graf 4, Ardennes American Cemetery, Neupré, België
Erkenningen: Purple Heart


Purple Heart


Familie
Vader: Edward Miller
Moeder: Florence Smith
Zus: Mildred

Meer foto's







Bronnen

- http://www.abmc.gov
- http://www.wwiimemorial.com NARA
- http://www.wwiimemorial.com overseas American cemeteries
- http://www.fieldsofhonor-database.nl
- http://aad.archives.gov
- Andi Hunting
- Stephen E. Wenberg en zijn vrouw Ronette, Richard Wenberg
- http://www.findagrave.com

Indien u mij aan meer info kan helpen in verband met deze soldaat, zijn familie, zijn regiment/divisie, etc.... mag u mij altijd contacteren (nicklieten @ hotmail.com). Dank je wel!