Alfred A. Reboli

14 juli 2013

Na mijn bezoek aan het Brittany American Cemetery in Saint-James, Frankrijk, twijfelde ik om er een graf te adopteren omdat het toch een heel stuk van thuis is. Maar aangezien ik jaarlijks Normandië bezoek en Saint-James redelijk dicht bij de landingsstranden ligt, besloot ik er toch eentje te adopteren. Na de aanvraag werd mij verteld dat er daar nog vrij veel graven vrij zijn dus bood ik me aan om er twee te adopteren. Dit is mijn eerste adoptiegraf op deze begraafplaats.





Voor de oorlog

Alfred Reboli werd geboren op 13 januari 1925 in Newark, New Jersey in de Verenigde Staten. Hij groeide hier ook op.

New Jersey, VS


Newark, New Jersey


Alfred was de tweede jongste van zeven kinderen. Hij had vier broers, Chester, John, Joseph en Eneo en twee zussen, Mary en Angelina. Zij waren allemaal kinderen van Celestino 'Chester' Reboli en Louisa Lusadi.

Zijn broer John deed ook dienst tijdens WO2 in de South Pacific. Hij was bij de Militaire Politie. Na de oorlog werd hij detective bij de Newark politie.

Eneo, een andere broer, werd een befaamde detective en verdiende meer dan 30 aanbevelingen, waaronder de New Jersey PBA Valor Award en de hoogste politie-erkenning van de staat, de Medal of Honor.

Alfreds jongere broer Tino was een professionele wielrenner van 1932 tot 1947. Hij werd tweemaal nationaal kampioen van Amerika in 1938 en 1939. Hij overleed op 71-jarige leeftijd.

Victor Reboli, een neef van Alfred, diende bij de Navy tijdens WO2.

Alfred en zijn zus Mary waren erg close. Ze was heel fier op zijn deelname aan de oorlog, maar ze was ook erg somber wanneer ze over zijn dood vertelde.

De ouders van Alfred werden geboren in Italië en emigreerden naar de Verenigde Staten.



Legerdienst

Alfred ging in dienst bij het leger in New Jersey op 11 mei 1943. Hij was 18 jaar toen hij zich aanbood bij het leger. Hij was erg fier om in dienst te gaan.

In mei 1943 bevond hij zich in Fort Dix, New Jersey.

Fort Dix werd opgericht in 1917, genoemd naar majoor-generaal John Adams Dix, een veteraan van de oorlog van 1812 en de Amerikaanse burgeroorlog.

In dit kamp werden sinds Wereldoorlog 1 soldaten gemobiliseerd, getraind en gedemobiliseerd. Na deze oorlog werd het kamp een demobiliesatiecentrum. Tussen de twee oorlogen in werd het kamp gebruikt als openbare hulpverlening voor blanke burgers die geen werk hadden en niet getrouwd waren.

Het kamp veranderde in 1939 van Camp Dix naar Fort Dix en werd toen een permanente legerbasis. Tijdens en meteen na de Tweede Wereldoorlog diende het kamp opnieuw voor mobilisatie, training en demobilisatie.

Na de oorlog diende het kamp voor basistraining voor de 9th Infantry Division, tot in 1954 de 9th ID er uit trok en de 69th ID introk. Op 16 maart 1956 werd het kamp gedeactiveerd tot de Vietnam-oorlog, toen diende het opnieuw voor training.

Het kamp wordt momenteel nog steeds gebruikt.

Fort Dix, New Jersey


Fort Dix, New Jersey


Op 13 augustus 1943 bevond Alfred zich in Camp Shelby, Mississippi voor een gevorderde opleiding.

Het kamp werd opgericht in 1917 en werd genoemd naar Isaac Shelby, een Indiaanse oorlogsheld en eerste gouverneur van Kentucky. Het kamp diende om de 38th Division te trainen voor Wereldoorlog 1.

In 1934 besliste de staat Mississippi dat het kamp werd gebruikt als zomerkamp voor de National Guard. In 1940 werd het terug geopend als een federale basis en werd er getraind voor Wereldoorlog 2.

Tot op vandaag wordt Camp Shelby nog steeds gebruikt.


Camp Shelby, Mississippi

Camp Shelby, Mississippi

Afgaande op zijn trainingsactiviteiten kunnen we concluderen dat Alfred niet deelnam aan de acties in Noord-Afrika en Sicilië.

Alfred ging op 6 juni 1944 in Normandië aan land met de 1st Infantry Division. Hij zat in het 2nd Battalion in F Company van het 26th Infantry Regiment. Hij was heel enthousiast om voor zijn land te vechten. Vlak voor hij naar de oorlog vertrok zei hij nog dat hij 'de nazi's ging aanpakken'.


Op deze locatie landden Alfred Reboli en zijn maten van de 26th Infantry Regiment op 6 juni 1944 in de avond.

De 26th Infantry Regiment begon aan land te gaan op Omaha Beach rond 19u00. Het Regiment van Reboli ging aan wal ten oosten van La Sapinière, een beetje ten westen van de locatie van de Normandy American cemetery. Ze moesten de ' s morgens gelande 16th Infantry Regiment passeren om het land in te trekken. Die avond namen ze verdedigende posities in in de buurt van de weg van St. Laurent naar Formigny. Door de hevige tegenstand konden de regimenten slechts anderhalve kilometer terreinwinst boeken in het binnenland. De Duitsers waren op manoeuvres die nacht en bezetten de verdedigingen van het strand, noem het geluk. Op deze eerste dag leed de gehele 1st Infantry Division ongeveer 3000 slachtoffers in de aanval.

Op 7 juni bezette het 2nd Battalion het hogergelegen gebied aan het kruispunt tussen Mosles en Tour-en-Bessin. Ze zagen weerstand in het noorden in Etreham. Het dorp werd beschoten maar hier moesten ze mee stoppen omdat het bataljon te dichtbij kwam. De vijand verdween nadien. Het bataljon stak de Aure over en kende weinig tegenstand. Ze werden bevolen om hun posities te behouden die nacht.

Op 9 juni trekt het 2nd Battalion verder naar Tour-en-Bessin waar een grote aanval plaatsvond en waar meerdere bataljons deelnamen aan het gevecht. 's Nachts groeven ze zich in in La Commune, Les Malcadets, ongeveer 8 mijl ten zijden van Tour-en-Bessin.

Tijdens de vroege ochtend van 10 juni, begaf het 2nd Battalion zich rustig voorwaarts door Noron-la-Poterie. Ze zetten zich verder naar Castillon. Vandaag complimenteerde Genereal Huebner het regiment en vermeldde dat het 3rd Battalion van het 26th Infantry Regiment het eerste was dat zijn Army objective had bereikt van het hele bruggenhoofd.

Op de 11de was alles vrij kalm. De Battlaions werden bevolen zich defensief in te graven en werden ook bevolen om rust te nemen en hun uitrusting in orde te maken, terwijl ze wachten op volgende bevelen. Het 1st Battalion werd bevolen om zuidwaarts te trekken naar La Butte.

Een bevel tot aanval werd gegeven op 12 juni. Het doel is Caumont en de hogergelegen gebieden. De Battalions boekten vooruitgang zonder al teveel tegenstand. Tegen de avond bereikte het 2nd Battalion de buitenwijken van Caumont and ondervonden ze lichte weerstand aan de noordelijke heuvels richting de stad. De artillerie is de stad aan het bombarderen en deze vielen iets te dicht bij het Battalion.

Tijdens de ochtend van 13 juni werd er opnieuw aangevallen richting Caumont en omstreeks 9u00 bereikten delen van het 2nd Battalion de stad. De stad werd hevig gebombardeerd en staat in brand. De engineers werden opgeroepen om de stad vrij te maken van puin. Caumont werd door het 1st en 2nd Battalion ingenomen, net als de hogergelgen gebieden errond.

Vanaf 14 juni is alles weer relatief kalm. Op deze dag probeert de vijand zwakke plekken te vinden in de defensie, artillerie begint de posities van de Amerikanen te bombarderen wanneer ze zich defensief opstelden.

Op de 15e wordt er gepatrouilleerd door beide kampen. Wanneer ze de vijand zien, worden er meteen mortieren en artillerie op afgestuurd, zowel 's nachts als overdag. De gevechts- en verkenningspatrouilles van het Battalion laten zien dat de vijand sterke buitenposten vasthoudt en uitgestrekte mijnenvelden voor zich aanlegt.

De situatie blijft echter onder controle. Op 18 juni graaft F Company zich in ten oosten van het centrum van Caumont.


Eén van de meest iconische foto's van D-Day. Op deze foto zie je A Company van het
16th Infantry Regiment landen op Omaha Beach. F Company van het 26th
Infantry Regiment, waar Reboli in zat, had meer gelukt dat ze pas 's avonds landden op 6 juni 1944.

Op 21 juni lag het 2nd Battalion ingegraven ten noorden van Sept-Vents. Hun linkerflank lag zwaar onder vuur door artillerie. Ze namen 2 gevangenen van de 7th Co. 2nd Battalion van de 2nd Panzer Grenadiers. Een dag later probeerden kleine vijandelijke patrouilles de linkerflank opnieuw te doorbreken, maar het bataljon kon hen terugslaan.

Het 2nd Battalion ontdekte ongeveer 35 S-mijnen ten zuidwesten van Caumont. Deze info was een grote hulp voor de rest zodat ze zich hier niet door lieten verrassen. Later die nacht maakten ze een val met de mijnen en waarschuwden ze de andere bataljons en eenheden om uit de buurt te blijven. De volgende dagen waren relatief rustig.

De 1st Division raakte het verste in de sector van Caumont in Frankrijk en in het begin van juli bevonden ze zich nog steeds diep in de vijandelijke zone in dit gebied. Het 2nd Battalion onderging dagelijks een aanval van mortieren en artillerie door de Duitsers. In deze periode was alles relatief rustig, veel patrouilles, nu en dan wat granaatvuur, maar voor de rest gebeurde er niks speciaal in de komende periode.

Op 14 juli vertrok het regiment uit de omgeving van Caumont naar Mestry om uit te rusten. Op de 19e trok het 2nd Battalion naar Ste.-Jean-de-Daye, na lekkere warme douches genomen te hebben en B-rantsoenen te nuttigen. Er gebeurde voor de rest niet veel de komende dagen, tot die fatale 28ste juli.



Overlijden

Alfred kwam om het leven op 28 juli 1944 in Frankrijk. De 26th Division kreeg het bevel om via Marigny naar Guesnay te gaan om positie in te nemen op de hoogtes in dat gebied en een algemene verdediging te organiseren. Het 2nd Battalion maakte hier nog geen deel van uit, enkel het 1st en 3rd Battalion, Command Group en de 33rd FIeld Artillery. Net als ze door Marigny waren, liep de colonne vast door druk verkeer en moesten ze aan een slakkegang verder tot aan hun bestemming. De gemotoriserde colonne geraakte tot binnen 300 meter van hun eindpositie, ontscheepte en trok voorwaarts. Het 3rd Battalion ging via de rechterkant, het 1st Battalion via de linkerkant, met sporadische tegenstand waarbij 1 tank verloren ging en 5 gevangenen werden genomen. Ze kwamen ongeveer een kwartier na de vijand weg was aan.

In de vooravond rond 17u30 voegde het 2nd Battalion zich erbij en viel aan naar het oosten maar ontmoette daar sterke tegenstand aan de rivier ten zijden van Savigny. Een compagnie trok rond de rechtse flank door hun sector in een poging om de vijand te verrassen via het noorden, maar ze raakten er niet door. Rond 18u30 maakten ze contact met het 2nd Battalion van het 16th infantry Regiment.

Eneo, de broer van Alfred was te weten gekomen dat de appendix van Alfred was gesprongen terwijl hij in een schuttersputje zat en dat er niet op tijd medische hulp bij is kunnen komen. Jammer genoeg is er geen zekerheid over dit verhaal en is het uiteraard gissen naar de correctheid ervan. Op de IDPF wordt een schotwonde aangegeven als doodsoorzaak. Op zijn lichaam werden volgende bezittingen gevonden: een portefeuille, foto's en 57 francs.


Ergens in deze rivierbedding stond het 26e regiment oog in oog met Duitse troepen op 28 juli 1944.
Mogelijk is Alfred Reboli hier dus om het leven gekomen.

Alfred Reboli werd op 1 augustus begraven op een tijdelijke Amerikaanse begraafplaats in Marigny. Uiteindelijk kwamen hier 3070 Amerikaanse soldaten te liggen. Eind jaren '40 werden alle lichamen getransfereerd naar de twee grote Amerikaanse begraafplaatsen in Colleville-sur-Mer en Saint-James. De grond werd afgestaan aan de Duitsers die hier vanaf 1959 verschillende kleine Duitse begraafplaatsen samenbrachten en een grote begraafplaats creëerden.


Reboli werd begraven in Marigny op 1 augustus 1944

Tijdelijke Amerikaanse begraafplaats in Marigny


Duitse begraafplaats in Marigny


Amerikaanse herdenkingssteen


Duitse begraafplaats in Marigny


Weide waar de Amerikaanse soldaten werden begraven

Chester, de vader van Alfred informeerde bij de sergeant van zijn zoon hoe hij om het leven kwam, maar ondanks dat de sergeant Alfred heel hoog had zitten, vertelde hij in zijn brief dat hij de doodsoorzaak van Alfred niet kan onthullen.

De ouders van Alfred plaatsten na de oorlog een bericht in de krant waarin ze op zoek gingen naar kameraden van hem die weten wat er exact met hem is gebeurd. Het is niet geweten of ze daar reactie op kregen, maar vermoedelijk niet.


Het krantenartikel

Alfred Reboli ligt begraven op de Brittany American cemetery in Saint-James in Frankrijk.


Brittany American cemetery, Saint-James, Frankrijk




26th Infantry Regiment, 1st Infantry Division


26th Infantry Regiment


1st Infantry Division


Private First Class


De 26th Infantry Regiment had als nickname 'Blue Spaders" omdat in hun logo een teken stond in de vorm van een blauwe schop. In 1901 werd het regiment opgericht door het Amerikaanse leger omdat het niet meer aan zijn verplichtingen ten opzichte van Cuba, Filippijnen en Puerto Rico kon voldoen met het huidige leger.

Het regiment maakte in juni 1917 deel uit van de American Expeditionary Division. Deze divisie zou later omgedoopt worden tot de 1st Division, beter bekend als 'the Big Red One' vanwege de patch waar een rode 1 in verwerkt werd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam de divisie deel aan de campagnes van Montdidier-Noyon, Aisne-Marne, St. Mihiel, Meuse-Argonne, Lorraine (1917 en 1918) en Picardie (1918). De eerste Amerikaanse overwinning vond plaats rond april 1918 en werd behaald door deze 1ste Divisie, in het Franse dorp Cantigny. In totaal waren er 22.688 manschappen gesneuveld, gewond of vermist. Er werden vijf Medals of Honor uitgereikt aan manschappen in deze divisie.

In de Tweede Wereldoorlog nam de divisie deel aan de campagnes Algerije-Frans Marokko, Tunesië waar 'the Big Red One' mee verantwoordelijk was voor de bevrijding ervan, Operatie Husky in Sicilië, de meest bekende is natuurlijk die van D-Day op 6 juni 1944 waar de divise als eerste mee aan land ging op het zwaardst verdedigde strand van Omaha Beach waarbij sommige eenheden in het eerste uur maar liefst 30 procent van de manschappen verloren. Verder ook nog Operatie Cobra, de Slag om het Hürtgenwald, het Ardennenoffensief, Remagen en verder door Centraal Europa. Tijdens WO2 overleden 3.616 soldaten en raakten er 15.298 gewond waarvan er 664 overleden. De divisie won 17 Medals of Honor.

De Big Red One vocht onder andere ook nog in Vietbam, Golfoorlog, Kosovo en momenteel ook tegen het terrorisme.



Contact

In juli 2013 kwam ik via de hulp van mijn trouwe Amerikaanse vriendin Andi in contact met Elizabeth G. Alfred Reboli was de schoonbroer van haar schoonmoeder. Van haar ontving ik al een klein beetje informatie over Alfred, maar ze wist er ook niet heel veel over.

In januari 2016 werd ik opnieuw verrast met een e-mail van een familielid. Larry C. is de kleinzoon van Angelina, één van de zussen van Alfred. Hij bezorgde me ook wat info over Alfred Reboli. Larry zelf is een acteur en zanger.

Op 6 juni 2016, toen ik in Normandië was, ontving ik opnieuw een e-mail van een familielid. Ditmaal van Jennifer D. Zij is de kleindochter van Mary, de zus van Alfred. Zij bezorgde me ondertussen ook al wat meer info over Alfred en zijn familie.

In maart 2018 was ik deze soldaat opnieuw aan het onderzoeken. Op de website van ancestry vond ik foto's van mezelf aan het graf van Reboli, niet door mij geplaatst. Ik liet een bericht achter in de hoop zo weer familie te vinden. Niet veel later ontving ik al een e-mail van Jennifer H. Haar grootmoeder was de nicht van Alfred Reboli. Zij heeft mij ondertussen ook al het één en ander doorgespeeld, onder andere het artikel van de ouders van Reboli.

Ik ben blij dat ik met hun hulp het leven van deze jonge held mee kan reconstrueren.



Persoonlijke informatie

Private First Class, U.S. Army
Service # 32921388
26th Infantry Regiment, 1st Infantry Division, F Company
In dienst getreden in New Jersey op 11 mei 1943

Geboren: 13 januari 1925 in Newark, Essex County, New Jersey
Opgegroeid in: Newark, Essex County, New Jersey

Overleden: 28 juli 1944 in Frankrijk
Status: killed in action (KIA)

Begraven in: Plot I, rij 8, graf 21, Brittany American Cemetery, Saint-James, Frankrijk
Erkenningen: Purple Heart


Purple Heart


Familie
Vader: Celestino 'Chester' Reboli (1890-1953)
Moeder: Louise (Lusadi) Reboli (1887-1973)
Broers: Chester 'Tino' (1913-1985), Joseph (1911-2007), John (1919-1998), Eneo (1928-2007)
Zussen: Mary Pellegrino (1923-2015), Angelina (Brustia) (1915-1986)



Meer foto's












Bronnen

www.abmc.gov
www.wwiimemorial.com NARA
www.wwiimemorial.com overseas American cemeteries
www.wwiimemorial.com honoree
www.findagrave.com
Andi Hunting
Elizabeth Gaestel
Larry Costa
Jennifer Dearborn
Jennifer Handlin
16th Infantry Regiment Historical Society
First Division museum



Indien u mij aan meer info kan helpen in verband met deze soldaat, zijn familie, zijn regiment/divisie, etc.... mag u mij altijd contacteren (nicklieten at hotmail.com). Dank je wel!