Theren Charles Cox

15 september 2017

Op 10 juni 2017 kreeg ik via Facebook de vraag van Lou Cox om het graf van zijn vader, Theren Cox, te adopteren. Ik deed meteen navraag bij de mensen van het nieuwe adoptieprogramma. Aangezien zij overspoeld werden met vragen en alles in verband met het nieuwe programma netjes op orde aan het zetten waren, bleef het antwoord even uit. Vandaag ontving ik gelukkig het nieuws dat het graf van Theren Cox nog niet geadopteerd werd. Ik ben vereerd dat zijn zoon mij persoonlijk heeft gevraagd om het graf van zijn vader te adopteren.




Voor de oorlog

Theren Cox werd geboren in Crossville, Tennessee in de Verenigde Staten op 22 januari 1916. Hij groeide op in Hillsborough County in New Hampshire waar zijn familie in de beginjaren '20 naartoe verhuisde. Zijn ouders noemden Floyd Cox en Lucy (Patterson) Cox. Hij had vier broers; Lawrence, Hershell, Lloyd en Fred en acht zussen; Beatrice, Cora, Sylvia, Phyllis, Winona, Eunice, Doris, Wilma en Edna. Lawrence, Fred en Wilma werden dood geboren. There was het oudste kind.


Tennessee, VS


Crossville, Tennessee


New Hampshire, VS

Hillsborough County, New Hampshire

Theren ging naar de middelbare school in Merrimack. Na zijn middelbare school werkte hij aan motors. Voor hij in dienst ging werkte hij bij de Wood Preserving Company in Nashua.

Theren trouwde met Ruby (Smith) Cox in Jackson, Alabama op 15 augustus 1936. Samen kregen ze drie kinderen, David, Louis en Ann. Ze woonden in Nashua, Hillsborough County, New Hampshire.



Legerdienst

Theren trad in dienst als soldaat op 18 maart 1944 in Fort Devens, Massachusetts.


Fort Devens

Fort Devens

Hij ging in augustus 1944 de oceaan over om deel te nemen aan de strijd in Europa. Hij werd gepromoveerd van soldaat naar Staff Sergeant.

Toen ze in Frankrijk arriveerden kreeg de divisie te maken met zware gevechten in de bekende 'haaggevechten' in Normandië. Tijdens de laatste 10 dagen van augustus verplaatsten ze zich meer dan 435 kilometer. Op 29 augustus 1944 had de 28th Division de eer om te paraderen door de straten van Parijs, dat toen bevrijd werd.


28th Division paradeert in Parijs, 29 augustus 1944

De 28th Division zette nu de achtervolging in op de Duitsers die naar het oosten vluchtten. Ze begaven zich tot vlakbij de Duitse grens waar ze halt hielden in het noorden van Luxemburg, vlak voor de rivier de Our, met daarachter de Duitse Siegfried Line. Twee dagen later werd de 28th Division de eerste Amerikaanse divisie die in groten getale de Duitse grens overstak en de aanval op de Siegfried Line begon. Ze staken de Our over ten oosten van Binsfeld. Er was weinig weerstand en de vijandelijke verdediging werd makkelijk ingenomen. Desondanks kwamen ze maar moeilijk vooruit, onwetend wat hen nog te wachten stond. De divisie had een tekort aan munitie met als gevolg ook een tekort aan artillerie-bescherming. Ze hadden geen materiaal om bunkers in te nemen en elke soort van handwapen was schaars. Ze groeven zich in in het zicht van de eerste lijn van de Duitse bunkers.

De volgende dag vervolgden het 109th en 110th Regiment de aanval, met bijkomende steun van de artillerie van de divisie. Deze artillerie had weinig effect op de gigantisch sterke bunkers. De eenheden hadden boekten wel kleine successen, maar stevige Duitse tegenaanvallen veegden de geboekte vooruitgang snel weer van de kaart. Eén tegenaanval was zo stevig dat het de F Company van het 110th Regiment snel vernietigde.

De dagen die volgden waren even zwaar voor de divisie. Eenheden werden vastgepind door machinegeweervuur vanuit goedgeplaatste bunkers en het Duitse mortier- en artillerievuur verwoestte de aanvalskrachten. Ze kenden een heel zware periode en veel van de mannen hebben niet eens training gekregen. In één bataljon waren 87 van de 100 vervangers haastig omgevormd anti-tank en luchtafweer personeel.

Op 17 september bereikte de divisie een belangrijke doorbraak toen het 1st Batallion van het 110th Regiment een bepalende heuvel veroverde in de buurt van de stad Uttfled. Ze braken nu door de belangrijkste verdediging recht in de achterste linies van de Duitsers. Generaal-Majoor Leonard T. Gerow maakte een balans op van de situatie en beval alle aanvallende operaties te staken. Er werd slechts beperkte vooruitgang geboekt en veel van de korpsen hadden zich teruggetrokken achter de Our. Gedurende minder dan een week van vechten, leed de divisie meer dan 1.900 verliezen, waaronder bijna 1.800 infanteristen.


De Siegfried Line

Nu kreeg de 28th Division te maken met zijn eerste aanzienlijke oorlogsmoeheidslachtoffers. De eerste slagen in Normandië vonden plaats met verse eenheden die nog een groot samenhorigheidsgevoel hadden. De meeste mannen van de infanterie-eenheden zaten al minstens een jaar samen en sommigen zelfs langer dan dat. Deze sterke banden in de kleinere eenheden waren krachtige afschrikmiddelen om vermoeidheid tegen te gaan. Tijdens de gevechten aan de Siegfriedlinie waren de omstandigheden heel anders. De sterke persoonlijke banden die de vroege gevechten karakteriseerden, verdwenen snel nu er meer en meer slachtoffers vielen en vele individuele vervangers de rangen vervoegden. En dan was er uiteraard ook nog de sterke Duitse tegenstand aan de Siegfriedlinie.

De missie van de 28th Division veranderde nu in een defensieve stelling aangezien ze veel van hun offensieve slagkracht verloren waren. Oorspronkelijk groeven ze zich in en verdedigden het terrein dat ze veroverd hadden aan een hoge kost. Daarna voerden eenheden operaties uit om vijandelijke troepen uit te schakelen die passeerden. Terwijl de de operaties op deze kleine schaal verdergingen, was de 28th Division ook bezig met een groot aantal vervangers in te passen in zijn 27 compagnies. Tijdens de maand september kwamen er maar liefst 3.352 vervangers bij de divisie, oftewel een gemiddelde van meer dan 100 vervangers per compagnie.

September eindigde met het heropbouwen van de geslagen eenheden. Het was een bittere maand voor de divisie. Ze sloegen er niet in de Siegfriedlinie te doorbreken en dat was een harde klap voor de divisie. Terwijl de troepen de Duitse linies in het oog hielden, concludeerden ze dat de vijandelijke posities elke dag sterker werden. Ze realiseerden zich ook dat ze snel weer een nieuwe aanval moesten uitvoeren om de defensie te doorbreken. Het was een sombere gedachte na de zware augustusdagen toen de vijandelijke tegenstand als sneeuw voor de zon smolt. De 28th Division ontmoette nu een nieuwe vijand. Deze vijand bestond uit koks, jonge mannen en grootvaders, maar ze vochten op hun eigen terrein en hadden het voordeel dat ze een goed voorbereide defensieve linie bezaten. Zoals het verlies van F Company van het 110th Regiment illustreerde, bleef er een harde kern over van de strijdkrachten die eerder een groot deel van Europa veroverden. Terwijl de koude septemberregen viel, zullen velen al beseft hebben dat ze zich moesten voorbereiden op een lange en zware winter.

Tijdens de maand oktober genoot de 28ste divisie van zijn eerste echte periode van rust sinds hun aankomst op het continent in juli. Door nieuwe defensieve posities in te nemen ten oosten van de Belgische stad Elsenborn, kon de divisie bataljons laten roteren naar rustigere gebieden voor training, rust en recreatie. In de verzamelplaats kon het batlaljon trainen, regelmatig warme maaltijden nuttigen en soldaten slaap laten inhalen en brieven schrijven. Waar mogelijk bevond het regiment zich in een stad die soldaten kon voorzien van warme en droge huizen om in te slapen. Hoewel ze vaak beperkt waren in wat kon worden aangeboden, verhoogden deze faciliteiten wel de moraal van de soldaten en kon er heel wat rust worden ingehaald. Infanteriedivisies die heropgebouwd moesten worden, werden naar defensieve sectoren verplaatst in zogenaamde rustige gebieden. Deze rustige sectoren waren niet zonder gevaren. Tijdens deze rustmaand vielen er maar liefst 59 doden en 433 slachtoffers, en dit buiten de gevechten.

In deze rustige gebieden konden de zogenaamde groentjes wel waardevolle gevechtservaring opdoen. Deelname aan kleine patrouilles werd gezien als iets gunstig voor de nieuwelingen. Contact met de vijand was meestal erg licht tijdens deze patrouilles, maar er waren natuurlijk uitzonderingen. Deze uitzonderingen vonden meestal plaats wanneer de patrouille onvoorzichtig was en de vijand reageerde met artillerie en mortiervuur. Deze patrouilles waren ook van grote waarde voor de nieuwe toegewezen officieren. Onder het waakzame oog van een ervaren officier, konden nieuwe officieren en onderofficieren het gebied leren kennen en vertrouwen opdoen.

Op 25 oktober stapte de 28th Division in trucks en verplaatste zich naar het noorden naar een nieuw verzamelgebied in de buurt van Roetgen in Duitsland. De divisie kreeg het bevel om de 9th Infantry Division af te lossen en zich voor te bereiden op de aanval op verschillende doelen in de omgeving van Schmidt in Duitsland. In oktober ontving de divisie meer dan 1.400 vervangers. Aan het einde van de maand had de divisie 13.997 soldaten gevechtsklaar, een tekort van ongeveer 250 mannen.

De 28th Division lostte de 9th Infantry Division af op 27 oktober 1944. De overstap naar de sector van de 9th Infantry Division was een gruwelijke ervaring voor de soldaten van de 28th Division, vooral voor het groot aantal soldaten zonder enige gevechtservaring. Het terrein was dicht bebost en de artillerie had de bomen tot vreemde en beangstigende vormen gehakt.
De hele sector lag bezaaid met lichamen van soldaten van de 9th Infantry Division. De zware verliezen en het moeilijke terrein maakten het de metsen van de gravenregistratie erg moeilijk. Overal lag afgedankte apparatuur en afval. De zwaar verminkte lichamen van de soldaten van de 9th Infantry Division die overal verspreid lagen hadden ook een grote impact op de troepen. De geruchten over zware gevechten in dit gedeelte van het front bleken nu helemaal waarheid te zijn. De populaire bijnaam voor dit deel van het front was 'The Green Hell'. De officiële naam werd 'De slag van het Hürtgenwald' in de officiële geschiedenisboeken van de eenheid.


Het bos in Hürtgen

Het Hürtgenwald, zoals de gehele omgeving bekend werd, bestond uit een dik bebost deel van Duitsland, ongeveer 130 km² groot. Het bos bestond voornamelijk uit sparren, zo dicht bij mekaar geplant dat men vaak moest kruipen om er doorheen te geraken. Het zonlicht drong moeizaam door de bomen heen en waarnemers bescheven het als een donker gebied. Terwijl de eenheden zich voortbewogen in het bos, begonnen steeds meer soldaten afgezonder te geraken. In sommige delen van het bos was het soms zo erg dat je enkel de man naast of voor je kon zien. Navigatie was voor veel eenheden moeilijk tot zelfs onmogelijk. Er waren talloze ravijnen, soms zelfs heel grote zoals de Kall River Gorge, deze blokkeerden de vooruitgang. De weinige wegen en paden die er bestonden, lagen volledig in de modder. Voorraden nar voren brengen over deze wegen en paden bleek een heel erg moeilijke opdracht. Er waren maar weinig slagen aan het Europese front waar het terrein zo'n overweldigend psychologisch effect hadden op de sodaten en eenheden als in het Hürtgenwald. De vijandelijke verdediging was overal eve sterk, maar de Duitse soldaten in deze sector waren zeker niet de beste. De meesten waren heel jong, heel oud of heel zwak. De ruggengraat van de eenheden bestond uit iets meer geharde veteranen. Hun defensieve kracht was uitstekend en de Amerikanen zouden een harde les krijgen over de efficiëntie van goed geleide soldaten en hun uitstekende verdedigende posities. De Duitsers vochten vanuit gecamoufleerde bunkers met uitstekend op mekaar ingestelde vuurlijnen. Er werd een zware prijs betaald bij het betreden van de bestaande wegen en paden. De Duitsers plantten duizenden mijnen in het gebied, velen ontworpen om te verminken, in plaats van te doden. Een bepaalde mijn, de S-mijn of Schrapnellmine, Springmine of Splittermine met als bijnaam Bouncing Betty, was berucht bij de Amerikaanse troepen omdat die benen en geslachtsorganen amputeerde. Artillerie en mortieren waren dodelijk efficiënt, ondanks dat ze kleiner waren dan die van de Amerikanen. Soldaten leerden snel dat het geen goed idee was om op de grond te gaan liggen bij mortierontploffingen in de lucht. Ze leerden al snel dat het verstandig was om gehurkt te zitten of dicht tegen een boom te staan waardoor ze het blootstellen van het lichaamsoppervlak voor explosies minimaliseerden.

De 9th Infantry Division had bijna twee maanden gevochten in dit vreselijke landschap en er vielen meer dan 4.500 slachtoffers. De inspanning van de divisie leken karig beloond. Het had enkele van zijn objectieven behaald en konden net geen 3 kilometer ver het bos indringen. Dit was een uitstekende poging van één van de hoogst aangeschreven infanteriedivisies in het Amerikaanse leger. Voor de gevechten in het Hürtgenwald eindigden zouden acht infanteriedivisies deelnemen aan de gevechten in dit gebied. Het gemiddelde aantal slachtoffers per divisie was meer dan 4.000 man. De 28th Division zou het hoogst aantal behalen.


Aanval op Schmidt

De 28th Infantry Division begon zijn aanval vroeg in de morgen op 2 november. Een massale artillerie-aanval die een uur duurde, ging de aanval vooraf. Divisie- en korpsartillerie-eenheden vuurden bijna 12.000 projectielen af ter ondersteuning van de 28th Division. Jachtvliegtuigen zouden ook luchtsteun komen bieden, maar het slechte weer beperkte hun mogelijkheden. Ondanks het moeilijke terrein, begon de eerste dag van de aanval goed voor de divisie. Het 109th en 112th Regiment kenden gemengd succes, waarbij ze delen van hun toegewezen doelen behaalden en vervolgens met slechts lichte verliezen de nacht ingingen. Het 110th Regiment dat aanviel in het zuiden, stuitte op zeer zware tegenstand. Het aantal slachtoffers liep hoog op en tegen de avond vochten ze om hun originele vertrekpunt vast te houden. Sommige compagnies verloren bijna tweederde van hun sterkte op die eerste dag.



Overlijden

Theren Cox stierf op 2 november 1944 tijdens de Slag om het Hürtgenwald. In zijn IDPF wordt als doodsoorzaak een schotwond in the buik vermeld. Theren werd als vermist opgegeven vanaf 2 november 1944. Op 19 februari 1945 vond men dat er voldoende bewijs was dat hij als overleden beschouwd kon worden. Zijn lichaam werd volledig teruggevonden. Op zijn IDPF staat ook dat zijn lichaam voor het eerst begraven werd op 23 december 1944.

Hij werd definitief begraven op de Henri-Chapelle American cemtery in Hombourg, België op 25 juni 1945.


Henri-Chapelle American cemetery and memorial, Hombourg, België




109th Infantry Regiment, 28th Infantry Division


109th Infantry Regiment


28th Infantry Division


Staff Sergeant


Het 109th Infantry Regiment is een oud infanterieregiment van het Amerikaanse leger, vertegenwoordigd door de Pennsylvania Army National Guard door het 1st Battalion, 109th Infantry, onderdeel van het 2nd Brigade Combat Team, 28th Infantry Division.

Het regiment werd opgericht op 14 augustus 1877 in het Scranton City Guards Battalion, een eenheid van de Pennsylvania National Guard gevestigd in Scranton. Op 23 september 1878 werd het uitgebreid , gereorganiseerd en herbestemd om uit te groeien tot 13th Infantry Regiment. In 1898 bevatte het 8 compagnies. Het regiment maakte deel uit van de Third Brigade dan de Pennsylvania National Guard Division.

Het regiment werd op 5 augustus 1917 opgeroepen vom dienst te doen na de Verenigde Staten de oorlog verklaarde en nu ook deel uitmaakte van Wereldoorlog 1. Het regiment werd samengevoegd met het 1st Infantry Regiment van de Pennsylvania National Guard op 11 oktober 1917 en werd zo de 109th Infantry van de 28th Division. Het regiment arriveerde in Frankrijk in mei 1918 en leverde strijd tijdens de Second Battle of the Marne van 14 juli tot 18 juli 1918 in de buurt van Bois le Rois, in het departement Seine et Marne, alsook tijdens het Meuse-Argonne offensief, de belangrijkste slag die de Amerikanen vochten tijdens Wereldoorlog 1, en dit van september tot het einde van de oorlog op 11 november. Het regiment werd gedemobiliseerd in Camp Dix, New Jersey tussen 17 en 20 mei 1919.

Het voormalige 13th Infantry Regiment werd gereorganiseerd tussen 1919 en 1920 en werd de Pennsylvania National Guard eenheid in noordoost northeastern Penssylvania en werd opnieuw het 13th Infantry Regiment. Het werd opnieuw opgericht als het 109th Infantry op 1 april 1921 en werden lid van de gereorganiseerde 28th Division als onderdeel van de 55th Infantry Brigade.

Het 109th Regiment werd gemobiliseerd met de rest van de National Guard na het uitbreken van Wereldoorlog 2 en ging op 17 februari 1941 in diens in Scranton. De 28th Division werd omgevormd tot 28th Infantry Division op 17 februari 1942. Tijdens zijn deelname aan het Europese front deed het 109th Regiment dienst doorheen Frankrijk en door het Hürtgenwald in Duitsland. Eenheden van het regiment leidden de divisie het Rijnland in om de eerste troepen te worden die Duitsland binnenvielen sinds Napoleon. Het 109th Infantry won gevechten in Normandië, Noord-Frankrijk, Ardennen-Elzas, het Rijnland en midden-Europa. Ze werden geëerd met het Luxemburgse Croix de Guerre en het Franse Crois de Guerre voor hun actie in de Colmar pocket. Aan het einde van de oorlog werd het Regiment gedeactiveerd op 22 oktober 1945 in Camp Shelby, Mississippi.

Eén soldaat, T/S Francis J. Clark van K Company, de compagnie waarin ook Theren Cox zat, ontving de Medal of Honor terwijl hij met het 109th Regiment streed op 12 september 1944 tijdens de campagne aan de Siegfried Line.

In totaal sneuvelden 1.901 soldaten van de 28th Infantry Division. 9.157 raakten gewond en 2.599 raakten vermist. 16 soldaten ontvingen het Distinguished Service Cross, 4 Legions of Merit, 258 Silver Stars, 16 Soldiers Medals, 2.029 Bronze Stars en 92 Air Medals.



Contact

In juni 2017 kwam ik via Facebook voor het eerst in contact met Lou, de zoon van Theren. Na hij mijn bericht over één van mijn adoptiesoldaten zag op de Facebook pagina van de Amerikaanse begraafplaats Henri-Chapelle, vroeg Lou mij of ik het graf van zijn vader ook wou adopteren. Ik voelde mij zeer vereerd dat iemand mij dat persoonlijk vroeg en ik ging meteen op onderzoek uit om te kijken of het graf reeds werd geadopteerd. In september van hetzelfde jaar ontving ik bevestiging dat ik de nieuwe adoptant was van het graf van Theren Cox. Ik was verheugd om dit aan Lou te kunnen laten weten en hem te beloven dat ik het graf van zijn vader zal eren zolang ik kan. Jammer genoeg overleed Lou een maand later, maar ik ben blij dat ik hem dit nog heb kunnen vertellen en ben vastberaden om mijn belofte te houden.

Dankzij Lou kwam ik ook in contact met zijn zoon Matthew, en zo ook met Dave, de zoon van David Cox (de broer van Lou) met wie ik uiteindelijk ook in contact kwam.



Persoonlijke informatie

Staff Sergeant, U.S. Army
Service # 31456255
109th Infantry Regiment, 28th Infantry Division, K Company
In dienst getreden in New Hampshire

Geboren: 22 januari 1916 in Crosville, Tennessee
Opgegroeid in: Hillsborough County, New Hampshire

Overleden: 2 november 1944 in het Hürtgenwald, Duitsland
Status: killed in action (KIA)

Begraven in: Plot A, rij 7, graf 17, Henri-Chapelle American Cemetery, Hombourg, België
Erkenningen: Purple Heart


Purple Heart


Familie
Vader: Floyd Cox (1895-1973)
Moeder: Lucy (Patterson) Cox (1897-1984)
Echtgenote: Ruby (Smith) Cox (1917-1996)
Zonen: David and Louis (1939-2017)
Dochter:Ann
Broers: Lawrence (1914-doodgeboren) Hershell (1918-1987), Lloyd (1933-2008) and Fred (1941-doodgeboren)
Zussen: Beatrice (1915-1915), Cora (1921-2016), Sylvia (1923-1988), Winona (1925-1967),Phyllis (1927-2006), Eunice (1928-2009), Doris (1931-2018), Wilma (1936-doodgeboren) and Edna (1939-1998)



Meer foto's











Bronnen

www.abmc.gov
www.wwiimemorial.com NARA
www.wwiimemorial.com overseas American cemeteries
www.findagrave.com
www.fieldsofhonor-database.com
Aimee Gagnon Fogg (author of The Granite men of Henri-Chapelle)
Dave Cox
Randy Pew
Wikipedia
28th Infantry Division - Operations September – December 1944 (Major Jeffrey P. Holt)



Indien u mij aan meer info kan helpen in verband met deze soldaat, zijn familie, zijn regiment/divisie, etc.... mag u mij altijd contacteren (nicklieten at hotmail.com). Dank je wel!